Posts tonen met het label Senegal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Senegal. Alle posts tonen

zaterdag 4 december 2010

Recuperatie


Dag 7-9
Nu we in Ouro Sogui zijn aangekomen, en Boni zijn voet en rib lijkt te hebben gebroken, nemen we de tijd om te recupereren.Voorlopig gaan we nergens heen. Eerste prioriteit is naar het ziekenhuis, waarvan we hebben gehoord dat ze een X-ray machine hebben. Het ziekenhuis is vrij groot en half een militair complex, zo lijkt het, elke afdeling wordt bewaakt door een kerel in een duur kostuum, die mondjesmaat mensen doorlaat met de juiste papieren. Ik en Boni raken als blanken makkelijk binnen, maar wachten dan net als de rest netjes onze beurt af. 

Na een eerste diagnose door een doktor, die zegt dat de voet niet gebroken is, hebben we terug moed. Boni zal dan nog uren moeten wachten op z´n x-ray, terwijl ik terug naar het hotel rij. In de namiddag krijg ik het goede nieuws : voet niet gebroken. Dit betekend dat we binnenkort toch samen verder kunnen, anders was dit einde avontuur voor Boni, en moest ik alleen verder.
De volgende dag had ik tijd om de motor te repareren, ik heb de ventilator uitgebouwd, aangepast en succesvol terug gemonteerd, de radiator lekt niet dus kan ik weer verder. Het is alleen wel ongeloofelijk hoe de motor eruitziet na amper 600 Afrikaanse kilometers.
Het gaat nu elke dag iets beter met Boni, het ergste is de pijn aan de ribben, hopelijk zitten we niet te lang vast.






vrijdag 3 december 2010

Road to Hell (vervolg)

Dag 6 vervolg



















Toen het stof was gaan liggen, zag ik Boni alweer rechtstaan met alle ledematen er nog aan, verklaren dat het allemaal wel meeviel. Enkel wat kneuzingen en schaafwonden, leek het. De motor bracht het er zelfs nog beter vanaf, rechtop zetten en verder rijden.
Amper een paar kilometer verder was het mijn beurt, in een diepe zandgeul raakte de motor de rotsen aan de linkerkant en crashte hard, ik maakte een koprol en had gelukkig niets, de motor een gebogen radiator en plastic schade. 
Door de gebogen radiator zat de ventilator klem en zou de motor, net als mij, verschillende keren oververhitten die dag. 
De radiator volgt normaal de vorm van het plastic rooster ervoor
Toen we een beetje verder stopten onder een boom, kon Boni nog amper afstappen, de spieren begonnen te verstijven, met veel moeite ging hij liggen en verklaarde dat de dag erop zat voor hem. Hij was geraakt aan de schouder, heup en linkervoet. Verschillende Senegalezen uit het nabije dorp kwamen kijken en we zouden daar kunnen blijven, maar tussen vlooien en geiten slapen leek mij niet erg aanlokkelijk. Volgens 1 van hen was de piste nog maar 25 km lang en zou er dan asfalt zijn. We wilden hem geloven, echt. Na een uur overleggen en een aantal emotionele momenten besloot Boni, die nooit pijnstillers neemt, er enkele van mij te proberen. Ik wist namelijk dat de dag erna bewegen onmogelijk zou zijn en dat zou betekenen dat we mogelijk nog verschillende dagen in een huttendorp bij 45 graden zouden moeten spenderen. Tot ongeloof van Boni begonnen de pijnstillers te werken en kon hij terug bewegen en zo zag hij het zitten om dat laatste stukje heel voorzichtig af te leggen, het was immers nog maar 25 km en we hadden nog meer dan 4 uur zonlicht.
Wat volgde waren uren van afzien, onder een verschroeiende zon en een verslechterende zandpiste. Regelmatig moest ik stoppen, omdat hoeveel ik ook dronk, ik een droge mond en hoofdpijn had, tekenen van dehydratatie. Boni viel nog enkele keren pijnlijk tegen lage snelheid en we kregen de motor nog amper terug recht, dan moest hij er terug op geholpen worden en konden we weer verder ploeteren. Het was toen 16u en waar de piste moest overgaan in asfalt, hadden we enkel visioenen van asfalt, de piste verslechterde in nog meer los zand, in een poging ons te breken, ons van ons doel af te houden. Toen was er echter maar 1 richting en dat was vooruit. In mijn hoofd het refrijn # Het gaat goed, het gaat beter, alweer een kilometer # Ik hallucineerde nog net niet toen we de eerste tekenen van beschaving bereikte, een vuilnisbelt, en daar achter een stad met hotels. We feliciteerden elkaar, maar besefte dat we veel van onze bewaarengels hadden gevraagd, misschien teveel. s Avonds in het hotel schrokken we beiden toen Boni z n schoen uittrok...

donderdag 2 december 2010

The road to Hell

Dag 6

We wisten dat deze dag moeilijk ging worden, omdat vanaf hier, tot de volgende stad meer dan 200 km piste lag, groot was onze verbazing dan ook dat de eerste 60 km verse asfalt lag. Daar hebben we intens van genoten zolang het duurde, want dat het zou ophouden wisten we, en dat het daarna moeilijk ging worden ook. We hadden enkel geen idee van hoe moeilijk, en dat was maar goed ook, of we waren er nooit aan begonnen.
Dit zou de zwaarste dag gaan worden uit m n motorleven, alsook voor Boni. De asfalt hield het op een bepaald moment inderdaad voor bekeken en ging over in piste die makkelijk was met hier en daar een technisch stukje. Het was nog vroeg en niet te warm en alsnog genieten. Dit is waar de motoren voor gemaakt zijn en de mooie omgeving met vele waterputten met dieren langs de weg voldeed aan het perfecte Afrika plaatje.


Maar langzaam maar zeker verslechterde de piste en met nog 80 km te gaan, en de temperatuur op 45 graden in de schaduw, was de gemiddelde snelheid afgenomen tot een 20 km per uur. We hadden er toch nog plezier in want we hadden water genoeg en wildkamperen was ingecalculeerd en namen nog beelden met de helmcamera. Maar toen gebeurde het, Boni ging er iets te enthousiast vandoor, en kwam met 60 km/u in 2 grote putten terecht, probeerde de situatie nog te redden maar werd van de motorfiets gegooid en verdween voor m n ogen in een stofwolk.





Op de vlucht

dag 5






We vertrokken vroeg om te profiteren van de lage temperatuur s morgens (22 graden) en zetten koers langs kleine wegen, om zo de politiecontroles te vermijden. Via mail en sms weten we inmiddels dat de politie op zoek is naar ons, en ook dat de baas van Grimaldi Senegal niet zo blij is. Het eerste stuk van de dag gaat vlot en we passeren de enige stad waar politie had kunnen staan zonder problemen, maar het 2de stuk is een soort gebombardeerd asfalt met een kleine strook zand naast. We proberen verschillende snelheden over het asfalt met putten/putten met asfalt en Boni vind 100 per uur het comfortabelst, maar ik heb mn twijfels en even later breekt dan ook de bevestiging van mijn topkoffer af die veel te zwaar beladen is. Langs de zandstrook naast de weg halen we het tot het volgende stadje en na de reparatie besluiten we daar te blijven (sorry geen plaatsnamen>politie). 
De reparatie is een genot om te bekijken, er wordt metaal met beitels bewerkt, geslepen en gehamerd, heel het dorp afgereden voor 2 vijzen en met een gloeiende priem 2 gaten gemaakt in de plastic topkoffer. Minder leuk zijn de Senegalezen die, als ze een blanke zien (toubab), met hun medische problemen komen, zo kwam er een jonge kerel 2 wonden op z n knieen laten zien, die duidelijk al enkele dagen ontstoken waren. Ik heb die dan ontsmet, maar je weet dat het eigenlijk nutteloos is en dat kruipt toch wel onder je vel. Slapen doen we die nacht in openlucht op het dak van een hotel, midden tussen 4 moskees die rond 5 uur s morgends een wedstrijdje hielden om ter hardst koraan verzen door de micro brullen. De muggen zijn hier heel blij met ons, elk heeft al een 20-30 beten.



zondag 28 november 2010

In Senegal


dag 1 - 2

Nadat we vol enthousiasme de boot afreden, welke in het geheel niet onconfortabel was, kwamen we in frontale aanvaring met AFRIKA. Eerst begon het wachten, een personeelslid van Grimaldi zou ons komen ophalen om de formaliteiten te vervullen. Dit duurde een 2 uur, dan werden de moto's naar een bewaakte parking gebracht en stapte ik in de auto van Mbor om na een dolle rit door Dakar nog eens 3 uur later terug in de haven te verschijnen, waar Boni al die tijd bij de motoren was blijven wachten. Wat was er ondertussen geregeld, in 1 woord, niets. Om een lang verhaal kort te maken, niemand wist exact wat er moest gebeuren, een carnet de passage wordt hier niet aanvaard, om een laissez passez te krijgen moesten de motoren nog ingevoerd worden (wat op 300 euro per motor ging komen) en ondertussen werd er nog gezwaaid met een 'retribution de embarkement'. De douane sluit om 15u, en is dan gesloten voor het weekend, wat zou beteken dat we pas maandag weg kunnen, maar ondertussen hadden we wel gezien dat de beveiliging van de haven ook op z'n Afrikaans was. Na een onderhoud met de kapitein en een telefoontje met Luc Smets van Grimaldi Belgium was er een oplossing in de maak, maar ondertussen was het 14u30, een half uur voordat de douane sluit. Dus was het moment daar om een beslissing te nemen, met een list halen we de moteren uit de bewaakte parking en met een bonzend hart in de keel rijden we de security van de haven voorbij, recht in het hectische verkeer van Dakar. We zijn vrij! Dat dit verhaal nog een staartje zal krijgen, is ons nu al wel duidelijk. Met in ons paspoort enkel een stempel transit zetten we koers naar St Louis, maar de zon haalt ons in en uiteindelijk nemen we de afslag naar Lompoul waar we zullen wildkamperen op het strand.
Wildkamperen op het strand, altijd al een droom van mij, met een kampvuurtje naar de sterren kijken en in slaap vallen met het ruisen van de zee op de achtergrond. Niet dus, hoewel de romantiek in het begin nog intakt was, zelfs een kampvuurtje stoken lukte, was de pret snel over toen het donker werd. Het strand was de eerste uren een soort snelweg, waar karren, auto s en zelfs een vrachtwagen  op volle snelheid passeerde. Het was dan zaak om zo snel mogelijk met een lampje te zwaaien zodat je niet overhoop gereden werd. Vanuit de zee blies de wind ook een laag zout over alles zodat echt alles vettig en plakkerig werd. Omdat er in het donker nog zoveel volk rondsloop, hebben we de motoren maar vlak bij elkaar gezet en naast elkaar in openlucht geslapen, eerst in de hitte,en dan kwam de kou. Gelukkig had ik een dikke trui bij voor Afrika, hoewel de temperatuur gedurende de dag topte op een 37 graden, maar daar was tegen de morgen niet veel meer van te merken. Hoewel het de slechtste slaapplek was die ik ook heb meegemaakt, had ik het niet willen missen, this is Africa!
Nu zijn we een paar dagen in St Louis om even te bezinnen wat de opties zijn.